Onrust en huilen bij een baby te voorkomen of op te lossen met regelmaat en inbakeren
Onze zoon Tim was ‘s avonds erg onrustig, hij kwam niet goed in slaap. Even laten huilen om te kijken wat er gebeurt leek geen optie omdat Iris, ons eerste kind, dan wakker zou kunnen worden. Aldus namen we hem ‘s avonds mee naar beneden en sliep hij los of in een draagzak op de buik. ‘s Nachts kon hij niet in zijn eigen bedje slapen maar wel bij ons op de buik. Overdag sliep Tim overigens wel goed door.
Het consultatiebureau adviseerde Tim absoluut niet bij ons in het grote bed te laten slapen omdat wij dan per ongeluk op hem terecht zouden kunnen komen of omdat hij onder de lakens zou kunnen verdwijnen. Hoewel ervaren moeders in de omgeving die redenen als onzin beschouwden hebben wij het consultatiebureau gevraagd om de volgende stap omdat het na een paar weken ook niet echt lekker meer slaapt met een baby op je buik.
Het consultatiebureau adviseerde inbakeren en kwam dat voor doen. Onder de Engelse term voor inbakeren, swaddle, kun je ook veel informatie op Internet vinden. Opvoedingscanon.nl schrijft: “Bij raar of veel huilende baby’s kan inbakeren helpen, samen met regelmaat (alles op dezelfde tijd) en een rustige omgeving (geen tv of radio).”

Foto: Wikipedia: Swaddling
Ook liet het consultatiebureau twee boekjes van Ria Blom achter:
- Regelmaat brengt rust – Een handleiding voor het bieden van regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelreductie (32 pagina’s);
- Inbakeren brengt rust (48 pagina’s).
De methodieken van Ria Blom worden aangeraden in geval van:
- overmatig huilen en jengelen
- onrustig en overactief gedrag
- ontevredenheid, niet alleen kunnen zijn/spelen
- veel huilen door onverklaarbare darmkrampjes
En dan alleen als er geen lichamelijke oorzaak voor het huilen is en dat is in 90% van de gevallen niet zo.
Bij regelmaat gaat het om een vaste volgorde van slapen – ontwaken, verschonen & voeden – zolang niet moe: naar behoefte knuffelen op de arm of op schoot – alleen spelen – bij het eerste gaapje of in de ogen wrijven wakker en strak ondergestopt in bed te slapen leggen. Bij eenduidigheid gaat het om dezelfde gebeurtenis op dezelfde plek te laten plaatsvinden, met name: altijd alleen-spelen van de baby in de box, overdag steeds in hetzelfde bed en ‘s nachts op dezelfde nacht-slaapplek slapen. Prikkelreductie richt zich op (te) veel uitstapjes, (te) veel speelgoed en radio/televisie. Met inbakeren zorg je ervoor dat je kindje zichzelf niet wakker slaat met rondmaaiende armen en voelt je kind zich veilig door de begrenzing (denk aan hoe je het vroeger zelf vond om lekker ingestopt te worden in bed). Inbakeren kan met losse doeken of met kant-en-klare inbakerslaapzakken zoals de Pacco.
Hoewel de ingepakte Tim vreemd oogde sliep bij direct ook ‘s avonds en ‘s nachts drie à vier uur door! Daardoor wisten wij dat het goed zat en hebben snel de boekjes doorgelezen. De eerste paar dagen is het vooral voor de ouders wennen. Je kindje lijkt een half uur te huilen maar als je goed luistert dan houdt hij steeds even op. Kijk dan opnieuw naar de klok. Zo zie je dat het eigenlijk maar twee tot vijf minuutjes zijn geweest. Een kookwekker of blik op de klok kan helpen bij het tijdsbesef – accepteer bijvoorbeeld 15 of 30 minuten huilen (na een adempauze in het huilen “reset” je de wekker; het voorafgaande huilen telt niet meer). Tim sliep de eerste paar dagen na een half uur, onderbroken door enkele “inslaaphuiltjes”. Op de derde dag ging hij na een half uur “anders” huilen waarna mama kort langs zijn lichaam heeft gestreken. Dat was voldoende om vervolgens weer drie uur te slapen. Hij viel dan van de ene op de andere huil in een diepe slaap. Sindsdien drinkt Tim de fles in één keer achter elkaar door leeg en spuugt weinig tot niets. Zie ook de video “Inbakeren, zie hoe een baby in slaap valt!”.
Na het lezen van de dunne boekjes hebben we ook het volledige boek “Regelmaat en inbakeren – voorkomen en verhelpen van huilen en onrust” (238 pagina’s) aangeschaft. Dit boek bevat alle informatie die ook in de andere dunnere boekjes is te vinden. In het boekje “Inbakeren brengt rust” van 48 pagina’s is de informatie uit het boekje “Regelmaat brengt rust” van 32 pagina’s aangevuld met informatie over inbakeren.
De inhoud van het boek “Regelmaat en inbakeren – voorkomen en verhelpen van huilen en onrust” vind je in dit artikel terug. Om meer feeling met de methodiek te krijgen is het verstandig het boek dat is aangevuld met achtergrondinformatie, praktijkervaringen van ouders en veel extra tips zelf aan te schaffen. Onderstaande samenvatting is met het oog op de eigen aanschaf onvoldoende gedetailleerd.
Deze pagina is ook te bereiken via het volgende korte adres: http://bit.ly/regelmaat
Rust, Regelmaat en inbakeren
Inbakeren zelf was achteraf gezien misschien niet nodig geweest voor Tim, regelmaat brengt je volgens onderzoek ook al erg ver. Van 2001-2005 is een landelijk onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van regelmaat en inbakeren bij baby’s die overmatig huilen. Het onderzoek gaf aan dat regelmaat en inbakeren snel resultaat geeft maar dat het verschil ten opzichte van regelmaat alleen een paar dagen/weken later niet meer zichtbaar is. Wij zijn met inbakeren gestopt toen Tim zijn eerste inentingen kreeg en direct succesvol overstapt op gewoon lekker stevig instoppen (wegens mogelijke koorts mag een zojuist ingeënt kindje niet worden ingebakend).
Het landelijk beleid van de consultatiebureau’s dat uit deze resultaten is afgeleid, luidt als volgt:
- Eerst aan de slag met regelmaat.
- Wanneer na 5 tot 7 dagen het huilen niet is afgenomen en het slapen niet is toegenomen kan alsnog het inbakeren toegevoegd worden.
- Omdat bij het toepassen van inbakeren huilen afneemt en slaap toeneemt vanaf de eerste dag, kan in individuele gevallen ook besloten worden om direct met inbakeren te starten.
Achteraf gezien hadden we eerder op de hoogte moeten zijn van deze methode. We hadden Tim dan meer de tijd gegeven om zelf in slaap te komen en regelmaat gehanteerd. Maar gezien de ervaringen van andere ouders waren wij er op zich nog vroeg bij. We hebben nu de avonden weer lekker voor onszelf terwijl Tim en Iris aan hun rust toe komen. Het boek is dan ook zeker een cadeautip voor aanstaande ouders.
Bestel bij – Bol.com
Let wel: met het aanbrengen van rust en regelmaat verander je gewoontes. Het veranderen van gewoontes heeft tijd en doorzettingsvermogen nodig. Als je rust en regelmaat aan wilt vullen met inbakeren, overleg dan altijd met het consultatiebureau en zorg dat je vanaf een maand of vier het inbakeren afbouwt in verband met het vermogen van je kindje om zich rond een maand of zes op de buik te draaien.
Ria Blom heeft een eigen website en is voor kort en lang consult over regelmaat en inbakeren telefonisch bereikbaar.
Regelmaat en inbakeren – voorkomen en verhelpen van huilen en onrust
Onderstaande samenvatting is gebaseerd op alweer de negende druk van het boek “Regelmaat en inbakeren – voorkomen en verhelpen van huilen en onrust”. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft met achtergrondinformatie aan hoe huilen en onrust kunnen worden voorkomen. Het tweede deel gaat over het verhelpen van huilen en onrust en is een stuk praktischer van aard. In het boek zijn daarnaast diverse ervaringen van ouders opgenomen. De leeswijzer aan het begin van het boek geeft een verkorte route door het boek aan voor de lezer die direct aan de slag wil met het aanbrengen van voorspelbare regelmaat, al dan niet in samenhang met inbakeren.
Het voorwoord introduceert het doel van boek: “Slaaptekort, waar baby én ouders onder lijden, is een voedingsbodem voor onzekerheid, twijfel, het gevoel te falen, somberheid, en mogelijk zelfs depressie. Huilen van een baby geeft bij alle mensen fysiologische reacties, onrust, en stress, zeker als het huilen maar niet stopt. […] Dit boek verschaft helderheid, is luchtig geschreven en de beschrijvingen van ouders zijn herkenbaar en helemaal voor ouders van een huilbaby. Jonge ouders die uitkijken naar mooie tijden met een uitgeruste, opgewekte baby, doen er goed aan dit boek te lezen.
In het eerste hoofdstuk “Opvoeding” schetst Ria Blom opvoedingstrends in de laatste decennia (ontwikkelend naar een laissez-faire opvoeding waarbij alles mag, alles kan) en doet zij een oproep voor een een opvoeding waarin plaats is voor vier R’s: “In dit boek wil ik pleiten voor een opvoeding waarin weer plaats ingeruimd wordt voor twee van de bekende drie R’s, en wel de R van Rust en Regelmaat, waarbij ouders weer leiding nemen en geven. Niet vanuit traditie, maar door inzicht in de werkelijke behoefte van het opgroeiende kind, zullen we er bewust een verhouding toe kunnen vinden. De R van reinheid, waar tegenwoordig voldoende aandacht aan wordt geschonken, wil ik vervangen door de R van Respect; respect voor je kind én respect voor jezelf als opvoeder. Ik voeg er nog een belangrijke vierde aan toe, namelijk de R van Richting. Met richting wordt hier bedoeld: jij bent degene die richting geeft aan hoe een en ander verloopt in plaats van dat je dit, weliswaar ongemerkt, door je kind laat bepalen.”
Vervolgens leer je in het tweede hoofdstuk “Ontwikkelingsfasen en hun valkuilen in de eerste drie levensjaren” hoe je je kind kunt helpen door niet te helpen. Met “luisterend aftasten” en “liefdevol afstand nemen” geef je je kind de ruimte om zelf kleine probleempjes op te lossen waarmee je slaapproblemen en eetproblemen voorkomt. Het kind ervaart veiligheid en geborgenheid door de voorspelbaarheid van de vier R’s.
Het derde hoofdstuk gaat in op de ontwikkeling van drie zintuigen (tastzin, levenszin en bewegingszin) n.a.v. “De twaalf zintuigen” van Albert Soesman.
Hoofdstuk vier is geweid aan “De slaap” en vertelt dat pasgeborenen beginnen met een ondiepe slaap. Als zij daarin niet gestoord worden volgt de diepe slaap. “Bij het hanteren van voorspelbare regelmaat zal bij het ouder worden de avond- en nachtvoeding (bij ongeveer een half jaar) verdwijnen en zal het dagleven van je kind steeds meer uren gaan bestrijken. De kwaliteit van het dagleven hangt af van de mate van uitgerust zijn door voldoende en tijdig slapen en door voldoende voeding. Je opgroeiende kind zal zo op natuurlijke wijze en in zijn eigen tempo steeds meer deelnemen aan het gezinsleven overdag. En de avond en de nacht zullen (de eerste twaalf jaar!) de ouders toebehoren.”
In het vijfde hoofdstuk adviseert Ria Blom te voeden op verzoek (in tegenstelling tot klokketijd). Hierbij is het wel van belang dat het kind regelmaat heeft waar onderstaande tabel een richtlijn in is. Wanneer jouw kind een kind is met veel hazenslaapjes zul je aanvankelijk niet kunnen geloven dat een kind zoveel kan slapen.
| leeftijd | waaktijd | slaaptijd | # voedingen |
| 0-2 weken | 30-45 min | 2 tot 3 uur | 10 à 6 |
| 2-6 weken | 45-60 min | 2 tot 3 uur | 8 à 6 |
| 7-12 weken | 60-75 min | 2 tot 3 uur | 6 à 5 |
| 3-5 mnd | 1,5 uur | 2 uur | 5 |
In het boek volgt nog een tabel van 6 tot 14 maanden.
Het hoofdstuk geeft verder tips rondom borstvoeding (zoals afwisselen en voor en na de borstvoeding wegen als je wilt weten hoeveel je kind heeft gedronken).
Hoofdstuk zes, “Huilen, troosten, ge- en verwennen” geeft inzicht in gewoontevorming die in zowel positieve als negatieve zin kan ontstaan.
Het tweede deel van het boek begint bij hoofdstuk zeven waarin de begrippen “Regelmaat, eenduidigheid en inbakeren” worden toegelicht. Twee methoden om het tij van onrust en overmatig huilen te doen keren worden beschreven. De eerste methode (ook “interventie” genoemd) is het aanbrengen van voorspelbare regelmaat en eenduidigheid in de omgang met je kind. De tweede methode vult de eerste aan met inbakeren.
Met regelmaat wordt bedoeld: Dezelfde opeenvolging van gebeurtenissen in de volgorde: slapen – ontwaken, dan voeden – naar behoefte knuffelen op de arm of op schoot – alleen spelen in de box – moe, dan wakker in bed te slapen leggen.
Met eenduidigheid wordt bedoeld: Dezelfde gebeurtenis op dezelfde plek, met name: altijd alleen-spelen van de baby in de box, overdag steeds in hetzelfde bed en ‘s nachts op dezelfde nacht-slaapplek slapen.
Wat is inbakeren?
Een kind dat te slapen wordt gelegd, wordt door een of twee doeken van schouders tot tenen zodanig begrensd dat de lichaamsbewegingen beperkt worden. Zo wordt het kind een compact bundeltje dat zich als geheel beweegt zonder dat armen of benen ver uit kunnen schieten door onwillekeurige reflexen of tengevolge van buikkrampjes. Bij de grens van de doeken worden de bewegingen gestopt. Zodoende wordt de voortdurende zelfstimulering door deze bewegingen, waardoor het kind zichzelf wakker houdt of zichzelf weer te vroeg uit de slaap wekt, tegengegaan. Inbakeren kan tot een leeftijd van 5 à 6 maanden omdat een kind tegen die tijd op de buik kan draaien. Zodra het kind pogingen doet om op de buik te draaien is het van belang direct te stoppen met inbakeren.
Wat is het resultaat dat je bij beide interventies kunt verwachten?
In het algemeen slaapt je kind weer de hoeveelheid slaap die het nodig heeft, niet meer en niet minder. Het kan uit zichzelf in slaap komen in het eigen bed. Je uitgeruste kind zit lekker in zijn vel, waardoor het weer goed eet en drinkt. Alleen het gewone huilen is overgebleven. De groei is naar verwachting. Er is weer wezenlijk contact tussen jou en je kind. Het kan zichtbaar genieten van aandacht en knuffelen. Ook jij als ouder raakt uitgerust en voelt je weer wezenlijk verbonden met je kind, waardoor de grondstemming van vreugde en vertrouwen terrein wint. De lichaamstaal van je kind is duidelijk, waardoor je opvoedingsonzekerhied gestaag afneemt.
Het achtste hoofdstuk “Zicht krijgen op de dagelijkse gang van zaken” herbergt een aantal vragen die je jezelf kunt stellen om inzicht te krijgen in jouw situatie. Na dit hoofdstuk volgt een intermezzo van een ouder die de situatie voor en na de interventie beschrijft, tesamen met de specifieke interventie en de terugblik van de moeder.
Hoofdstuk negen “Wanneer welke methode” geeft aan dat het aanbrengen van voorspelbare regelmaat en eenduidigheid in de omgang met je kind altijd mag worden toegepast. Voor het aanvullen van de methode met inbakeren is overleg met het consultatiebureau geboden. Er kunnen (bijzondere) omstandigheden zijn (contra-indicaties) waaronder het inbakeren zorgvuldig moet worden afgewogen.
Uit onderzoek blijkt dat regelmaat en eenduidigheid vaak al voldoende is. Zo zijn 400 ouder-kind paren gedurende 3 maanden onderzocht. De baby’s aren bij aanvang 2 tot 13 weken oud. Zowel bij de baby’s die regelmaat kregen aangeboden als bij de baby’s die regelmaat kregen aangeboden en bovendien ingebakerd werden, nam het huilen al na een week met iets minder dan de helft af, na twee weken met de helft en na 8 weken met 75%. Bij ingebakerde baby’s was op de eerste dag direct een sterke afname van het huilen waarneembaar, terwij bij de baby’s die alleen regelmaat kregen aangeboden het huilen op de eerste dag juist toenam. Na ongeveer 7 dagen was echter het huilen bij beide groepen even sterk afgenomen. Deze uitkomsten hebben geleid tot de volgende aanbeveling:
- Eerst aan de slag met regelmaat.
- Wanneer na 5 tot 7 dagen het huilen niet is afgenomen en het slapen niet is toegenomen kan alsnog het inbakeren toegevoegd worden.
- Ook je eigen veerkracht telt in dezen.
Ook op hoofdstuk negen volgt een intermezzo met ouderverhalen en ervaringen uit de praktijk van Ria Blom.
In hoofdstuk tien “De spelregels, nodig om je interventie tot een succes te laten worden” zet Ria Blom de stappen uiteen:
a. Begin gemotiveerd opdat je niet alleen A maar ook B zult zeggen.
b. Zorg ervoor dat je volledig geïnformeerd bent.
c. Bied naast het inbakeren regelmaat en eenduidigheid aan.
d. Baker je kind bij de eerste signalen van moeheid in en leg hem wakker in bed.
e. Accepteer huilen voor het in slaap vallen in de overgangsfase naar een nieuw ritme met eenduidige patronen.
f. Voed je kind meteen na het wakker worden.
g. Baker gedurende alle slaapjes in, zodat de doeken er bij gaan horen.
h. Ga nadat er een stabiel ritme is ontstaan in ieder geval zes weken door.
i. Bouw het inbakeren ook weer af 6 tot 8 weken na de start.
j. Bied een stevige begrenzing door middel van een op de juiste wijze opgemaakt bed.
k. Bied behaaglijke warme, maar niet te warme slaapkleding. Zoek een middenweg.
Vervolgens krijgen de spelregels c, j en k extra verdieping.
Het inbakeren zelf wordt aan de hand van illustraties toegelicht in hoofdstuk elf “De praktische kant van het inbakeren zelf”. Ook de afmetingen van de doeken en de kleding onder de doeken komen aan bod. De methode in het boek gaat uit van een vierkante doek en een langwerpige doek als benendoek, vastgezet met veiligheidsspelden. Je kunt ook een speciale inbakerslaapzak kopen.
In de op hoofdstuk elf volgende intermezzo hielp het inbakeren onder andere een tweeling van het ene op het andere moment van diarree af en kon een kind te slapen gelegd worden door een andere verzorgende (grootouder).
Aanvullende tips met betrekking tot “Slapen” worden gegeven in hoofdstuk twaalf. Het gaat dan om het bed, de temperatuur van de slaapkamer en de slaaphouding van het kind.
Hoofdstuk dertien “Het proces van wennen tot afbouwen” begint met de suggestie een dagboek bij te houden met in stappen van 20 minuten de dagelijkse gebeurtenissen (waar is de baby, huilen, jengelen, verzorgen/in bad/verschonen, voeden, samen spelen, alleen spelen, slapen) te noteren. Het dagboek werkt objectiverend, als leidraad en als ruggensteun.
Vervolgens wordt het wennen tot afbouwen in drie fasen toegelicht:
- De gewenningsfase van één, soms twee weken
- Het beklijven van de nieuwe gewoonte duurt tenminste zes weken
- Het inbakeren afbouwen
Aan de eerste fase wordt meer aandacht besteed, vooral aan de eerste dag om je goed op weg te helpen. Zo is het in de gewenningsfase, afhankelijk van hoe lang het oude patroon al bestaat, mogelijk dat het kind als het wakker te slapen wordt gelegd eerst een tijdje huilt. De tip voor de ouders is hier echt op de klok te kijken: voor menig ouder lijken vijf minuten huilen wel een half uur te duren. Uiteindelijk help je je kind hier door niet te helpen zelf in slaap te leren vallen. Ook volgt een uiteenzetting van wat je moet doen als je kind te vroeg wakker wordt (in een slaapcyclus). Volhouden is ook het devies bij de dip die rond de tweede of derde dag (met inbakeren) of rond de vijfde dag (zonder inbakeren) volgt.
Na wat tips over de tweede fase waarin de nieuwe gewoonte beklijft volgen een aantal manieren waarom het inbakeren weer kan worden afgebouwd. Hiermee begin je na de periode van het beklijven van zes weken doch niet later dan het kind vier maanden oud is. De nieuwe gewoonte heeft ook tijd nodig om te beklijven en vanaf zes maanden kan het kind mogelijk op de buik draaien (wat ingebakerd niet mag).
Na hoofdstuk dertien volgt een intermezzo van een moeder die een moeilijke start had in de gewenningsfase en daar met onder andere de telefonische ondersteuning die Ria Blom biedt bovenop kwam.
Hoofdstuk veertien behandelt “Vragen” zoals “Hoeveel dagen is lang huilen voor het inslapen toelaatbaar bij de beide interventies?” waarbij ook de uitzonderingen op de richtlijnen ter sprake komen evenals toch een allergie. Op de vraag “Betekent inbakeren vrijheidsbeperking?” volgt het volgende antwoord:
Voor menig ouder is inbakeren aanvankelijk een schrikbeeld en roept associaties op met het verre verleden of met een dwangbuis. Veel ouders moeten even slikken als ik hun kind voor de eerste keer inbaker. Ze worden er zelf benauwd van, wat ik mij best kan voorstellen; de zojuist nog vrij bewegende armpjes kunnen geen kant meer op. Het eventuele protest bij het eerste inbakeren maakt de aanblik alleen maar moeilijker. Gelukkig volgt kort daarna in een heel aantal gevallen de ontroering door de aanblik van een kind dat zich ontspant, zwaar wordt en op de arm in slaap valt. Accepteer je eigen weerstand, zonder dat het aan je motivatie voor het inbakeren afbreuk doet. Wanneer je eenmaal gezien hebt hoe goed het inbakeren je kind doet, zal je weerstand als sneeuw voor de zon verdwijnen. Wellicht zul je nog wel weerstand van mensen in je omgeving ondervinden. Zij zien immers niet zo een, twee, drie hoe veel beter het met je kind gaat.[...]
Meer ervaringsverhalen zijn opgetekend in de hoofdstukken vijftien “De effecten van regelmaat en inbakeren voor het kind” en zestien “De effecten van regelmaat en inbakeren voor ouders”.
Na een korte nabeschouwing biedt het boek in de bijlage “Eenduidige aanpak” een korte checklist van alle stappen en tenslotte voor de eerste levensweken een “Breipatroon mouwvestje”.
Bestel bij – Bol.com
